‘De overbruggingskracht van duurzaamheid’

Futureproof Sustainability Frontrunners - a series

Written by
Daisy Rood
On
April 20, 2021
April 19, 2021

‘De overbruggingskracht van duurzaamheid’

Futureproof Sustainability Frontrunners - a series

Interview met
Karlijn Mol - Dura Vermeer
On
April 20, 2021
April 19, 2021

Maak kennis met onze serie over en met sustainability frontrunners. Doel van de serie is de zichtbaarheid van de voorlopers op het gebied van zero emission en hun aanpak te vergroten en de followers te inspireren. Hoe vullen zij hun rol in? Welke adviezen geven ze?

Vandaag: Karlijn Mol, sinds 2018 Manager Duurzaamheid (Infra) bij Dura Vermeer. Ze heeft naar eigen zeggen “de leukste baan bij Dura Vermeer”. Karlijn is verantwoordelijk voor duurzaamheid binnen Infra en heeft een counterpart bij Bouw. Hiervoor werkte Karlijn bij Achmea en Zilveren Kruis, waar 90% bestaat uit denken en 10% uit doen. Bij Dura Vermeer is de verhouding denken/doen omgedraaid, dat geeft een compleet andere dynamiek. Dura Vermeer heeft vooral mannen, techneuten en doeners in dienst. Karlijn’s afwijkende profiel werkt in haar voordeel. Met haar meer analytische en feminiene aanpak spreekt ze mensen aan op hun expertise, plakt ze duurzaamheid op wat ze al kunnen én laat ze zien dat hun werk daardoor leuker wordt.

Karlijn: “Dura Vermeer is een familiebedrijf en sterk decentraal georganiseerd. Binnen Dura Vermeer is Infra zeker een sustainability frontrunner. Dura Vermeer durft duurzame investeringen te doen die niet op korte termijn renderen, als familiebedrijf hebben we een iets langere horizon dan een gemiddeld bouwbedrijf. Wij zijn groot genoeg om impact te hebben en klein genoeg om wendbaar te zijn.”  

Hoe krijgt Karlijn deze organisatie van doeners de duurzame kant op? Over het ‘oogsten’ van een brug en de voordelen van een ‘doe’ organisatie. We stellen Karlijn vier persoonlijke vragen.

Wat adviseer je organisaties die starten met sustainability?

Karlijn: “Begin met het maken van een gemeenschappelijke taal. Ik begon zelf letterlijk met een blanco vel en met de opdracht van de directie ‘we willen iets met duurzaamheid’. Ik heb als eerste gekeken waar de grootste impact zat. Als sector zijn we verantwoordelijk voor 50% van de grondstoffen, voor 40% van het afval, en voor 35% van de CO2 uitstoot. Dit is wel zo substantieel dat ik dacht; hier moeten we echt wat mee. Net als alle andere bouwbedrijven volgen wij drie ambities; uitstoot tot 0; hergebruik zo vaak mogelijk (circulaire economie), en groener en gezonder (vooral biodiversiteit). Op het laatste thema weten we eigenlijk nog niet zo goed wat we ermee kunnen, maar we weten wel dat we er iets mee willen.”  

"Begin met het maken van een gemeenschappelijke taal. Ik begon letterlijk met een blanco vel."

Voor de komst van Karlijn was het onderwerp duurzaamheid niet centraal belegd. “De CO2 prestatieladder werd ingevuld, maar dat was het dan ook wel. Traditioneel is er vanuit Infra weinig contact met Bouw collega’s. Ik heb inmiddels wekelijks contact met mijn counterpart van Bouw. Het leuke van duurzaamheid is dat het een onderwerp is dat overbrugt; niet alleen tussen divisies, maar ook tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, en tussen opdrachtnemer en leverancier. Het overstijgt projecten en werkmaatschappijen. Die overbruggingskracht benut ik. Twee jaar geleden ben ik een app-groepje begonnen (‘Duurzaam Vermeer’) voor alle collega’s met interesse op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Ik heb meteen iedereen groepsbeheerder gemaakt, om te voorkomen dat het ‘mijn’ app-groep werd. Onlangs is een van de hoogste directeuren toegevoegd, niet door mij maar door iemand anders. Dat vind ik heel leuk om te zien. In deze app-groep zitten ook Bouw-collega’s. Inmiddels inspireren meer dan 130 collega’s elkaar met linkjes en berichten. De app-groep is de zichtbare onderstroom. Een andere uitkomst van het betere contact tussen Infra en Bouw op duurzaamheid is de hub voor tweedehands-bouwmaterialen; de circulaire bouwhub Urban Miner. Het is voor het eerst dat Bouw en Infra iets gezamenlijk doen op circulariteit.”  

"Benut de overbruggingskracht die duurzaamheid heeft en mobiliseer een zichtbare onderstroom."

Heb jij een smart CO2 reductie doelstelling? Karlijn: “Ja, die hebben we maar je ziet me twijfelen. In 2030 95% CO2 gereduceerd ten opzichte van 2017 (nulmeting). Deze doelstelling is het resultaat van de ‘niet denken maar doen’ mentaliteit van toen ik begon. De directie zei: ‘Nou Karlijn, zet gewoon een getal neer, dat is prima, dan geeft dat richting en dan gaan we gewoon’. De doelstelling is niet hard onderbouwd. Daar ben ik nu mee bezig. We hebben een driejarige strategie. In 2021 gaan we de strategie voor 2022-2025 bepalen. Nu al krijgt duurzaamheid op RvB nivo aandacht, veel meer dan 2,5 jaar geleden, de strategie van duurzaamheid wordt veel meer doordacht.”  

“Tot nu toe heeft de aanpak van ‘doen, experimenteren en dan opschalen’ gewerkt. Dat is weer het voordeel van een ‘doe’ organisatie. Dat zie ik ook bij de circulaire weg. We zetten daar - voor het eerst in Nederland - een as-a-service model in de infra neer. De pragmatische aanpak van ‘doen, pijnpunten tegenkomen en ze dan oplossen’ werkt. Een collega stuurde me anderhalf jaar geleden een foto van een voetgangersbrug in een weiland met de tekst ‘Karlijn, ik moest van Rijkswaterstaat een brug slopen, ik heb hem maar ‘geoogst’ en in een weiland in 3 stukken gelegd’. Inmiddels ligt die brug, helemaal hergebruikt, op de Floriade. Ik vind dat, in al zijn eenvoud, een prachtig voorbeeld. Het is vervolgens aan mij om die persoon, en dat voorbeeld en de lessen eruit breed te delen, om ervoor te zorgen dat dat vaker gebeurt.”    

De grootste uitdaging voor Karlijn, is duurzaamheid een normaal onderdeel te laten zijn van het afwegingskader. “De sector is gewend om de tender te beantwoorden, ook al weten we dat er een beter duurzaam alternatief bestaat. Jarenlang zijn mensen getraind om te kijken naar kosten, naar doorlooptijd en en risico's. En heeft 15 jaar geduurd om veiligheid er bij iedereen bijin te krijgen. Die tijd hebben we helemaal niet voor duurzaamheid. Opdrachtgevers hebben dezelfde uitdaging. Maatschappelijk gezien is het helemaal niet relevant of een brug 2 dagen later wordt opgeleverd, toch staan daar nu de boetes op. Iemand zou moeten zeggen; ‘Ik vind het veel belangrijker dat die CO2 lager is: Geef ons die 2 dagen extra maar!’. Het afwegingskader verbreden is dus belangrijk. De uitdaging zit in het vergroten van het aantal duurzame uitvragen in de markt. Voor ons zit de uitdaging erin om onze mensen te trainen om niet klakkeloos de regeltjes af te lopen en te beantwoorden, maar toch altijd te kijken ‘waar zit de ruimte’. Daar hebben mensen dus ook dat bredere afwegingskader voor nodig.”

"Verbreed het afwegingskader."

“Kies bewust voor een actieve taal om common ground te creëren. Voorkom ‘rapporteren om te rapporteren’, ga eerst experimenteren en ga daarna besluiten wat voor KPI’s daarbij passen. Ik had gelukkig het draagvlak om dat zo te doen.”  

“Scope bepaling is erg belangrijk. De uitstoot van onze leaseauto’s was 60% van onze gehele uitstoot, maar toen we Scope 3 erbij namen, dus inclusief onze projecten, nam dit drastisch af tot 3%. Doordat we dat beter in kaart hebben, zijn we erachter gekomen dat 8 hele grote projecten zorgden voor enorme uitstoot door de toevoeging van één middel in beton, dat ook nog eens gemakkelijk vervangen kon worden. Mijn boodschap: Focus op de dingen die belangrijk zijn.”

Wat adviseer je de volgende generatie sustainability managers?

Karlijn: “Ik hoop dat ze niet meer bestaan. Voor mij zit de crux erin dat het kapitalisme uiteindelijk moet gaan werken vóór sustainability, en duurzaamheid direct de business belangen dient. De duurzaamheidskeuzes die gemaakt worden zijn dan in lijn met keuzes op het gebied van geld, veiligheid en tijd. Ik hoop dat duurzaamheid in 2060 een non-issue is, veiligheid zou ook geen losse topic moeten zijn. Aan de andere kant: ergens kan het altijd beter! Nu ligt heel erg de focus op voorkomen van negatieve impact, maar ik wil juist graag zorgen voor meer positieve impact. Door biodiversiteit te vergroten in plaats van te verkleinen. Hoe kun je problemen die we hebben verder oplossen? Misschien door CO2 juist te gebruiken? In 2050 hoop ik dat we het heel normaal vinden uit de CO2 van afvalcentrales visvoer te maken. Zo hardop pratend; ik denk dat we de nieuwe generatie sustainability managers toch wel nodig blijven hebben.”  

Wat adviseer je je jongere zelf?  

Karlijn noemt er drie. “Start eerder met het onderwerp duurzaamheid. Bij Achmea kwam ik steeds meer in contact met duurzaamheid en ben ik gevraagd een overstap te maken naar een impact fonds, waarbij we van een meer klassieke stichting een investeringsfonds hebben gemaakt. Ik heb een achtergrond in veranderkunde. Ik dacht altijd dat binnen de zorg verandervraagstukken groot waren, maar binnen duurzaamheid zijn ze nog veel groter. Pas na het behalen van mijn MBA heb ik de overstap gemaakt van Achmea naar Dura Vermeer.

Wees niet bang om doelen te zetten, vanuit de angst om ‘het vast te zetten’. Doelen zetten een organisatie in beweging en kunnen altijd bijgesteld worden. Zo lang de doelen leiden tot het gewenste, andere gedrag, dan werkt het.  

Met de kennis van nu: stel vooraf duidelijke randvoorwaarden op richting elke interne stakeholder. Na 2,5 jaar is de vrijblijvendheid verdwenen. Door vanaf het begin deze vrijblijvendheid minder ruimte te geven, had veel – denk ik - een stuk sneller gekund.“

Wat zijn je daily mantra’s?  

Karlijn: “Start small and think big. Een goed voorbeeld is de, eerder genoemde, circulaire weg. In euro’s klein, maar in impact potentieel enorm. Het is belangrijk de schaalbaarheid in gedachten te houden.  

Ieder heeft recht op zijn eigen motivatie. De een wil met duurzaamheid projecten winnen, voor een ander is duurzaamheid een intrinsiek onderdeel van zijn of haar handelen en een derde wil met duurzaamheid een mooie weg maken.  Dat maakt niet uit, zolang we wel dezelfde richting opgaan.”

"Ieder heeft recht op zijn eigen motivatie."

“Ik zoek heel goed waar kan ik aansluiten bij ons bedrijf en waar moet ik stoppen; ik ben ook tevreden met kleine stapjes. De gunfactor is belangrijk, ik ga niet prediken.”  

Met deze serie willen we als nlmtd.com sustainability rolmodellen in de spotlight zetten; welke personen geven leiding en inhoud aan de sustainability ambitie binnen organisaties (wie zijn dat en hoe doen ze dat, in welke mate verschillen ze van elkaar, en wat is de reden daarvoor). Ben of ken je een sustainability leader die niet mag ontbreken? Neem contact op met ons: laetitia@nlmtd.com of daisy@nlmtd.com. Wil je inzicht krijgen in jouw sustainability performance en waar je het beste mee kunt beginnen? Klik hier voor onze kickstarter!

Written by
Daisy Rood

‘De overbruggingskracht van duurzaamheid’

Maak kennis met onze serie over en met sustainability frontrunners. Doel van de serie is de zichtbaarheid van de voorlopers op het gebied van zero emission en hun aanpak te vergroten en de followers te inspireren. Hoe vullen zij hun rol in? Welke adviezen geven ze?

Vandaag: Karlijn Mol, sinds 2018 Manager Duurzaamheid (Infra) bij Dura Vermeer. Ze heeft naar eigen zeggen “de leukste baan bij Dura Vermeer”. Karlijn is verantwoordelijk voor duurzaamheid binnen Infra en heeft een counterpart bij Bouw. Hiervoor werkte Karlijn bij Achmea en Zilveren Kruis, waar 90% bestaat uit denken en 10% uit doen. Bij Dura Vermeer is de verhouding denken/doen omgedraaid, dat geeft een compleet andere dynamiek. Dura Vermeer heeft vooral mannen, techneuten en doeners in dienst. Karlijn’s afwijkende profiel werkt in haar voordeel. Met haar meer analytische en feminiene aanpak spreekt ze mensen aan op hun expertise, plakt ze duurzaamheid op wat ze al kunnen én laat ze zien dat hun werk daardoor leuker wordt.

Karlijn: “Dura Vermeer is een familiebedrijf en sterk decentraal georganiseerd. Binnen Dura Vermeer is Infra zeker een sustainability frontrunner. Dura Vermeer durft duurzame investeringen te doen die niet op korte termijn renderen, als familiebedrijf hebben we een iets langere horizon dan een gemiddeld bouwbedrijf. Wij zijn groot genoeg om impact te hebben en klein genoeg om wendbaar te zijn.”  

Hoe krijgt Karlijn deze organisatie van doeners de duurzame kant op? Over het ‘oogsten’ van een brug en de voordelen van een ‘doe’ organisatie. We stellen Karlijn vier persoonlijke vragen.

Wat adviseer je organisaties die starten met sustainability?

Karlijn: “Begin met het maken van een gemeenschappelijke taal. Ik begon zelf letterlijk met een blanco vel en met de opdracht van de directie ‘we willen iets met duurzaamheid’. Ik heb als eerste gekeken waar de grootste impact zat. Als sector zijn we verantwoordelijk voor 50% van de grondstoffen, voor 40% van het afval, en voor 35% van de CO2 uitstoot. Dit is wel zo substantieel dat ik dacht; hier moeten we echt wat mee. Net als alle andere bouwbedrijven volgen wij drie ambities; uitstoot tot 0; hergebruik zo vaak mogelijk (circulaire economie), en groener en gezonder (vooral biodiversiteit). Op het laatste thema weten we eigenlijk nog niet zo goed wat we ermee kunnen, maar we weten wel dat we er iets mee willen.”  

"Begin met het maken van een gemeenschappelijke taal. Ik begon letterlijk met een blanco vel."

Voor de komst van Karlijn was het onderwerp duurzaamheid niet centraal belegd. “De CO2 prestatieladder werd ingevuld, maar dat was het dan ook wel. Traditioneel is er vanuit Infra weinig contact met Bouw collega’s. Ik heb inmiddels wekelijks contact met mijn counterpart van Bouw. Het leuke van duurzaamheid is dat het een onderwerp is dat overbrugt; niet alleen tussen divisies, maar ook tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, en tussen opdrachtnemer en leverancier. Het overstijgt projecten en werkmaatschappijen. Die overbruggingskracht benut ik. Twee jaar geleden ben ik een app-groepje begonnen (‘Duurzaam Vermeer’) voor alle collega’s met interesse op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Ik heb meteen iedereen groepsbeheerder gemaakt, om te voorkomen dat het ‘mijn’ app-groep werd. Onlangs is een van de hoogste directeuren toegevoegd, niet door mij maar door iemand anders. Dat vind ik heel leuk om te zien. In deze app-groep zitten ook Bouw-collega’s. Inmiddels inspireren meer dan 130 collega’s elkaar met linkjes en berichten. De app-groep is de zichtbare onderstroom. Een andere uitkomst van het betere contact tussen Infra en Bouw op duurzaamheid is de hub voor tweedehands-bouwmaterialen; de circulaire bouwhub Urban Miner. Het is voor het eerst dat Bouw en Infra iets gezamenlijk doen op circulariteit.”  

"Benut de overbruggingskracht die duurzaamheid heeft en mobiliseer een zichtbare onderstroom."

Heb jij een smart CO2 reductie doelstelling? Karlijn: “Ja, die hebben we maar je ziet me twijfelen. In 2030 95% CO2 gereduceerd ten opzichte van 2017 (nulmeting). Deze doelstelling is het resultaat van de ‘niet denken maar doen’ mentaliteit van toen ik begon. De directie zei: ‘Nou Karlijn, zet gewoon een getal neer, dat is prima, dan geeft dat richting en dan gaan we gewoon’. De doelstelling is niet hard onderbouwd. Daar ben ik nu mee bezig. We hebben een driejarige strategie. In 2021 gaan we de strategie voor 2022-2025 bepalen. Nu al krijgt duurzaamheid op RvB nivo aandacht, veel meer dan 2,5 jaar geleden, de strategie van duurzaamheid wordt veel meer doordacht.”  

“Tot nu toe heeft de aanpak van ‘doen, experimenteren en dan opschalen’ gewerkt. Dat is weer het voordeel van een ‘doe’ organisatie. Dat zie ik ook bij de circulaire weg. We zetten daar - voor het eerst in Nederland - een as-a-service model in de infra neer. De pragmatische aanpak van ‘doen, pijnpunten tegenkomen en ze dan oplossen’ werkt. Een collega stuurde me anderhalf jaar geleden een foto van een voetgangersbrug in een weiland met de tekst ‘Karlijn, ik moest van Rijkswaterstaat een brug slopen, ik heb hem maar ‘geoogst’ en in een weiland in 3 stukken gelegd’. Inmiddels ligt die brug, helemaal hergebruikt, op de Floriade. Ik vind dat, in al zijn eenvoud, een prachtig voorbeeld. Het is vervolgens aan mij om die persoon, en dat voorbeeld en de lessen eruit breed te delen, om ervoor te zorgen dat dat vaker gebeurt.”    

De grootste uitdaging voor Karlijn, is duurzaamheid een normaal onderdeel te laten zijn van het afwegingskader. “De sector is gewend om de tender te beantwoorden, ook al weten we dat er een beter duurzaam alternatief bestaat. Jarenlang zijn mensen getraind om te kijken naar kosten, naar doorlooptijd en en risico's. En heeft 15 jaar geduurd om veiligheid er bij iedereen bijin te krijgen. Die tijd hebben we helemaal niet voor duurzaamheid. Opdrachtgevers hebben dezelfde uitdaging. Maatschappelijk gezien is het helemaal niet relevant of een brug 2 dagen later wordt opgeleverd, toch staan daar nu de boetes op. Iemand zou moeten zeggen; ‘Ik vind het veel belangrijker dat die CO2 lager is: Geef ons die 2 dagen extra maar!’. Het afwegingskader verbreden is dus belangrijk. De uitdaging zit in het vergroten van het aantal duurzame uitvragen in de markt. Voor ons zit de uitdaging erin om onze mensen te trainen om niet klakkeloos de regeltjes af te lopen en te beantwoorden, maar toch altijd te kijken ‘waar zit de ruimte’. Daar hebben mensen dus ook dat bredere afwegingskader voor nodig.”

"Verbreed het afwegingskader."

“Kies bewust voor een actieve taal om common ground te creëren. Voorkom ‘rapporteren om te rapporteren’, ga eerst experimenteren en ga daarna besluiten wat voor KPI’s daarbij passen. Ik had gelukkig het draagvlak om dat zo te doen.”  

“Scope bepaling is erg belangrijk. De uitstoot van onze leaseauto’s was 60% van onze gehele uitstoot, maar toen we Scope 3 erbij namen, dus inclusief onze projecten, nam dit drastisch af tot 3%. Doordat we dat beter in kaart hebben, zijn we erachter gekomen dat 8 hele grote projecten zorgden voor enorme uitstoot door de toevoeging van één middel in beton, dat ook nog eens gemakkelijk vervangen kon worden. Mijn boodschap: Focus op de dingen die belangrijk zijn.”

Wat adviseer je de volgende generatie sustainability managers?

Karlijn: “Ik hoop dat ze niet meer bestaan. Voor mij zit de crux erin dat het kapitalisme uiteindelijk moet gaan werken vóór sustainability, en duurzaamheid direct de business belangen dient. De duurzaamheidskeuzes die gemaakt worden zijn dan in lijn met keuzes op het gebied van geld, veiligheid en tijd. Ik hoop dat duurzaamheid in 2060 een non-issue is, veiligheid zou ook geen losse topic moeten zijn. Aan de andere kant: ergens kan het altijd beter! Nu ligt heel erg de focus op voorkomen van negatieve impact, maar ik wil juist graag zorgen voor meer positieve impact. Door biodiversiteit te vergroten in plaats van te verkleinen. Hoe kun je problemen die we hebben verder oplossen? Misschien door CO2 juist te gebruiken? In 2050 hoop ik dat we het heel normaal vinden uit de CO2 van afvalcentrales visvoer te maken. Zo hardop pratend; ik denk dat we de nieuwe generatie sustainability managers toch wel nodig blijven hebben.”  

Wat adviseer je je jongere zelf?  

Karlijn noemt er drie. “Start eerder met het onderwerp duurzaamheid. Bij Achmea kwam ik steeds meer in contact met duurzaamheid en ben ik gevraagd een overstap te maken naar een impact fonds, waarbij we van een meer klassieke stichting een investeringsfonds hebben gemaakt. Ik heb een achtergrond in veranderkunde. Ik dacht altijd dat binnen de zorg verandervraagstukken groot waren, maar binnen duurzaamheid zijn ze nog veel groter. Pas na het behalen van mijn MBA heb ik de overstap gemaakt van Achmea naar Dura Vermeer.

Wees niet bang om doelen te zetten, vanuit de angst om ‘het vast te zetten’. Doelen zetten een organisatie in beweging en kunnen altijd bijgesteld worden. Zo lang de doelen leiden tot het gewenste, andere gedrag, dan werkt het.  

Met de kennis van nu: stel vooraf duidelijke randvoorwaarden op richting elke interne stakeholder. Na 2,5 jaar is de vrijblijvendheid verdwenen. Door vanaf het begin deze vrijblijvendheid minder ruimte te geven, had veel – denk ik - een stuk sneller gekund.“

Wat zijn je daily mantra’s?  

Karlijn: “Start small and think big. Een goed voorbeeld is de, eerder genoemde, circulaire weg. In euro’s klein, maar in impact potentieel enorm. Het is belangrijk de schaalbaarheid in gedachten te houden.  

Ieder heeft recht op zijn eigen motivatie. De een wil met duurzaamheid projecten winnen, voor een ander is duurzaamheid een intrinsiek onderdeel van zijn of haar handelen en een derde wil met duurzaamheid een mooie weg maken.  Dat maakt niet uit, zolang we wel dezelfde richting opgaan.”

"Ieder heeft recht op zijn eigen motivatie."

“Ik zoek heel goed waar kan ik aansluiten bij ons bedrijf en waar moet ik stoppen; ik ben ook tevreden met kleine stapjes. De gunfactor is belangrijk, ik ga niet prediken.”  

Met deze serie willen we als nlmtd.com sustainability rolmodellen in de spotlight zetten; welke personen geven leiding en inhoud aan de sustainability ambitie binnen organisaties (wie zijn dat en hoe doen ze dat, in welke mate verschillen ze van elkaar, en wat is de reden daarvoor). Ben of ken je een sustainability leader die niet mag ontbreken? Neem contact op met ons: laetitia@nlmtd.com of daisy@nlmtd.com. Wil je inzicht krijgen in jouw sustainability performance en waar je het beste mee kunt beginnen? Klik hier voor onze kickstarter!

Posted by
Daisy Rood
On
April 19, 2021
April 20, 2021